GGZ en Beeldvorming
Geestelijke Gezondheidszorg
en Beeldvorming

Eigen ervaringen werken:

Als persoon met 12 ambachten en 13 ongelukken ben ik natuurlijk wel wat tegen gekomen. Zelf heb ik ervaren dat voor mij het niet kunnen zeggen van mijn aandoening de meeste problemen opleverde. Gevolg was namelijk dat ik al mijn gevoelens moest oppotten, en geen sturing kon geven naar een werkplek die wel voor mij geschikt zou zijn.

Vóór mijn psychose in 1993 had ik reeds problemen op school en op het werk. Voelde mij echt een eenzame buitenstaander. Tijdens mij werk als technisch tekenaar liepen bij mij intern de spanningen hoog op, omdat ik niet kon aarden op het werk. Al snel kreeg ik thuis een hyperventilatie aanval, waarbij ik gevallen ben, en een tijdje weg geweest.

Werken ging bij bij nooit gemakkelijk. Ik heb nooit ergens langer gewerkt dan 1,5 jaar. Ook kwam ik geradbraakt bij een baan weg: in de war, depressief en angstig. Ik kan aardig een masker op zetten, maar intern is er vaak kortsluiting geweest. Kostsluiting waarbij ik snel in het toilet een Oxazepammetje nam, om daarna nog meer duf maar wat meer ontspannen weer aan de slag te gaan. Werken was vaak een hel. Maar ik wilde zo graag 'normaal' zijn. En thuis zitten word je ook niet altijd beter van.

Na mijn psychose kwam ik in een uitgebreid circuit terecht. Om beter te worden heb ik veel therapieën gevolgd, medicatie geslikt, alternatieve therapieen gevolgd, gesport en boeken gelezen. Op mijn 40e werd min of meer verteld dat ik nu 'moest roeien met de riemen die ik heb'. Op dit moment ben ik ZZP-er en ontvang ik geen uitkering meer.

Eigen ervaringen vrienden en bekenden:

Vooral bekenden die mij al een tijdje kennen en gezien hebben hoe ik heb geworsteld en nog steeds worstel om iets van mijn leven te maken, begrijpen hoe de vork aan de steel zit. Enige uitzonderingen nagelaten.

Een voormalige (toen goede) vriend Marcel R. betoogde eens bij hoog en laag dat als ik nú wel zou kunnen werken, ik ook 5 jaar geleden zou moeten kunnen werken. 'Dat klopte niet', volgens hem. Met andere woorden ik had onterecht een uitkering ontvangen, ik bedroog de boel. Tsja, wat moet ik daar nu mee? Hem mijn medicatie laten proberen (was destijds een stuk hoger), vertellen dat je als uitkeringsgerechtigde niet verplicht ben om een eigen bedrijfje te beginnen en dat dit vaak een stap te hoog is? Marcel kende mij overigens 5 jaar geleden niet en zit zelf ook in de WAO, en heeft geen zin in vrijwiligerswerk.

Nu heb ik in de afgelopen 20 jaar natuurlijk een enorm dossier opgebouwd, en ben door meerdere SPV-ers, psychologen en psychiaters onderworpen aan onderzoek. Verder gebruik ik medicatie waar je bij wijze van spreken een paard mee om kun leggen. Maar ook zonder die bewijzen denk ik dat je stevig op dient te passen zo maar een aandoening als onzin weg te leggen. Laat de beoordeling aan deskundigen over.

Eigen ervaringen omgeving algemeen:

In mijn geval, omdat ik goed een masker op kan zetten, merkt mijn omgeving niet zo heel veel aan mij. Dat komt ook weer door het verkopen van allerlei smoesjes om mijn ziektebeeld te verbergen.
In de meeste gevallen vertel ik mensen in mijn omgeving pas wat ik mankeer als:

  1. Het mensen zijn die een raakvlak hebben met psychische aandoeningen (bijv. verpleeger/ster zijn, of een familielid hebben die een aandoening heeft) of vertellen dat ze zelf patiënt zijn.
  2. Ik de mensen langer ken.
  3. Ik merk dat mensen er voor open staan.
  4. Als het bedrijfsmatig nodig is. Bijv. bij een lichte narcose bij de tandarts, dat kan in mijn geval niet.

Ik zou het prettig vinden als in niet meer zo krampachtig met mijn aandoening zou hoeven om te gaan.

Iedereen heeft zijn rugzak(je)